Een Ander Joods Geluid
Breaking the Silence in de Balie
25-09-2009
Verslag publieksavond Yehuda Shaul
Op 23 september j.l. sprak Yehuda Shaul, woordvoerder en een van de oprichters van de Israëlische mensenrechtengroep Breaking the Silence, voor een publiek van zo'n 80 mensen in De Balie. Onderwerp van de lezing was het door Breaking the Silence gepubliceerde boekje met getuigenissen van Israëlische militairen over de Gaza-oorlog. Dit rapport, uitgebracht in juni 2009, zorgde voor veel commotie in zowel Israël als daarbuiten, en bracht de organisatie midden in een felle discussie over de geloofwaardigheid van Israëlische mensenrechtenorganisaties en vredesgroepen. Met de dubieuze eer dat zelfs premier Benjamin Netanjahoe zijn zegje heeft gedaan over Breaking the Silence, nota bene tijdens een staatsbezoek aan Londen, lijkt de organisatie zich in ieder geval niet te hoeven beklagen over publiciteit.

Shaul hamert er tijdens de avond op dat hij hier niet is om politiek te bedrijven. Ja, er wordt binnen zijn groep heftig gediscussieerd over allerhande politieke onderwerpen, en ja, hij heeft er ook een eigen mening over – maar dat staat tijdens de avond niet centraal. De boodschap die Shaul vooral wil uitdragen is er een die gestoeld is op de dagelijkse ervaringen van Israëlische soldaten in de Bezette Gebieden en, in dit geval, op de ervaringen in Gaza tijdens de Gaza-oorlog in december 2008 – januari 2009.
De 26 militairen die Breaking the Silence voor hun boekje hebben geïnterviewd vertellen een interessant maar vooral schokkend verhaal over hun ervaringen tijdens de Gaza-oorlog. De helft van hen is in dienst; de andere helft is reserve en oproepbaar. Verschillenden van hen hebben al eerder deelgenomen in militaire operaties. Bij sommigen keert een thema terug dat door Shaul tijdens de avond specifiek wordt besproken: de instelling van de Israëlische legerleiding en – het uitblijven van – duidelijke 'rules of engagement', duidelijkheid over wanneer er wel dan wel niet geschoten mag worden. Het unieke aan de Gaza-oorlog, aldus Yehuda, is de manier waarop de legerleiding instructies meegeeft aan de militairen. Daar waar hijzelf, als officier in de IDF tijdens de Tweede Intifada, altijd instructies kreeg over wanneer wel en vooral wanneer niet te schieten ("when there is doubt, don't shoot"), verhalen de soldaten die getuigen in het Breaking the Silence-boekje over het uitblijven van deze zelfde instructies op het hoogste niveau. Daarnaast lijkt het leven van de Israëlische militair in deze oorlog pertinent voorop te staan, aldus Yehuda. De stelregel lijkt onder deze omstandigheden, uniek en anders in vergelijking met voorgaande oorlogen, te veranderen in "when there is doubt, shoot". Deze instelling blijkt soms desastreuze gevolgen te hebben.
Yehuda wil wel duidelijk maken dat er in sommige bataljons wél instructies werden gegeven. Dit gebeurt dan echter veelal op persoonlijk iniatief van de bataljonleiders – niet omdat deze gegeven worden door de hoogste legerleiding. De soldaten geven verschillende voorbeelden over momenten waar het uitblijven van deze instructies, dan wel een veranderde instelling over hoe om te gaan met 'verdachte personen', leidt tot bloedvergieten. Het verhaal van 'de man met de zaklamp' lijkt het publiek nog het hardst te raken: een man in wit t-shirt loopt, als de nacht al heeft ingezet, op een weg, op zo'n 150 meter afstand van een groep Israëlische militairen die zich verscholen hebben in een huis. De man lijkt niet echt het type Hamas-strijder te zijn: met alleen een wit t-shirt en gewone broek aan, zo te zien ongewapend op een weg waar hij duidelijk te zien is (niet iets wat je als strijder zou willen in een oorlogsgebied) loopt hij richting het huis waar de Israëlische militairen zitten. De normale procedure voorheen, aldus Yehuda, was om de man waarschuwingsschoten te geven, zodat hem duidelijk wordt gemaakt dat de IDF in de buurt is. De commandant geeft echter geen toestemming hiervoor, en besluit te wachten. De man komt dichterbij. 100 meter. 80 meter. 50 meter. De soldaat die de man als eerste heeft gezien roept wanhopig aan de commandant wat hij moet doen. De commandant brengt een scherpschutter in positie. De Palestijn wordt doodgeschoten. De volgende dag blijkt dat de man inderdaad ongewapend was.
Als ex-officier heeft Yehuda een goede blik op de militaire terminologie en de militaire beslissingen die zijn genomen. Hij is zich uit eigen ervaring ervan bewust wat wel en wat niet kan als soldaat. Wat te zien was tijdens de Gaza-oorlog, aldus Yehuda, was dat er in grote mate dingen mis zijn gegaan. Nu gaat er in elke oorlog wel iets mis, aldus Yehuda, en is Israël daar dus ook zeker geen uitzondering in, maar de gehele atmosfeer die de Gaza-oorlog om zich heen had en het optreden van de legerleiding beangstigen hem en roepen vele vragen op.
Een discussie breekt aan het eind van de avond los over de vraag of er wel of geen oorlogsmisdaden zijn gepleegd in Gaza. Yehuda zegt het niet te weten, tot frustratie van sommigen, maar terecht volgens anderen. Wij zijn er niet om een politieke oplossing te geven, of om politieke uitspraken te doen, herhaalt Yehuda. 'Wij zijn er om getuigenissen af te nemen, en de mogelijkheid te geven aan soldaten om zich uit te spreken over wat zij hebben meegemaakt'. Sommigen binnen Breaking the Silence zien de gebeurtenissen in Gaza als een teken dat de oorlog niet gevoerd had moeten worden; anderen zijn er echter nog steeds van overtuigd dat het de juiste keuze was. Dit alles leidt ertoe dat Breaking the Silence hier geen standpunt over inneemt, en Yehuda vraagt ook om begrip hiervoor. De oorlog kon in Israël op veel steun uit joods-Israëlische hoek rekenen, en wordt ervaren als een succes, aldus Yehuda. Zelfs de door Breaking the Silence uitgebrachte getuigenissen hoeven hier geen afbreuk aan te doen – hoewel Yehuda ook duidelijk maakt dat uit onderzoek van de Tel Aviv University blijkt dat bijna de helft van de Israëli's de getuigenissen gelooft (maar eenzelfde aantal ook niet), en daarmee indirect aangeven de officiële lezing van de legerwoordvoerders in twijfel te trekken als zij praten over de hoge morele standaarden van het Israëlisch leger.
Na 2,5 uur loopt de avond ten einde. Yehuda heeft zijn boodschap duidelijk overgebracht, en kan rekenen op een daverend applaus. 70 mensen hebben gehoord over Breaking the Silence, over hun werk en hebben het verhaal van Yehuda Shaul met diepe belangstelling tot zich genomen.
Lees ook het verslag van Anja Meulenbelt op haar weblog.
Hieronder de openingstoespraak van Jaap Hamburger:
Dames en heren,
Breaking the Silence? Welke stilte valt er hier eigenlijk te verbreken? In Nederland zijn er velen die zichzelf –mijns inzies ten onrechte -, houden voor ‘verdedigers van Israël’. Zij doen dat door zich tot woordvoerder en pleitbezorger te maken van de meest nationalistische stemmen in dat land, en door Israël onder alle omstandigheden vrij te pleiten van gebondenheid aan recht en wet, en het daarboven te plaatsen. Dat soort vermeende verdedigers van Israël dus, roept echter niet ten onrechte dat er geen enkel taboe rust op het kritiseren van het land. Dat spijt hen evenwel, en zij zouden het graag anders zien. Zij spannen zich uit alle macht en soms met onwaarachtige, aan verdraaiing en bedrog grenzende argumenten in, soms ook met de meest oneigenlijke, op de persoon gerichte argumenten, om dat taboe op kritiek opnieuw te vestigen, maar zonder succes. Sterker nog: het heeft er alle schijn van dat hun verdediging anderen motiveert om er nog een schepje bovenop te doen, in wat de socioloog de Swaan met afkeurende ironie genoemd heeft: ‘anti-Israëlisch enthousiasme’.
Deze vermeende pleitbezorgers van Israël hebben niettemin gelijk, als zij vaststellen dat het leveren van kritiek op het Israëlische beleid geen taboe meer is. Dus ook de vraag, welke stilte er eigenlijk nog verbroken moet worden, is terecht. Het antwoord ligt voor de hand: het is de stilte in Israël zelf. Ik was zelf in maart in Palestina en Israël, ik liep de laatste dag van mijn verblijf daar in Tel Aviv langs het havenfront, zachte zon, klotsende zee, chique winkels, hete koffie, lekkere taartjes. De bezetting 20 km. verderop, die ik de voorgaande dagen van nabij had gezien, ook die in Gaza, leek een werkelijkheid die aan die kade wegweek, zoals een droom of nachtmerrie wijkt bij het wakker worden. Men kan heel goed in Israël zijn, en de bezetting negeren.
Breaking the Silence, opgericht in 2004, na de Tweede Intifada, richt zich in de eerste plaats op de Israëlische samenleving zelf. Dìt zeggen de oprichters:
“Breaking the Silence is an organization of veteran Israeli soldiers that collects testimonies of soldiers who served in the Occupied Territories. Soldiers who serve in the Territories are witness to, and participate in military actions which change them immensely. Cases of abuse towards Palestinians, looting, and destruction of property have been the norm for years, but are still excused as military necessities, or explained as extreme and unique cases. Our testimonies portray a different and grim picture of questionable orders in many areas regarding Palestinian civilians. These demonstrate the depth of corruption which is spreading in the Israeli military. While this reality which is known to Israeli soldiers and commanders exists in Israel's backyard, Israeli society continues to turn a blind eye, and to deny that which happens in its name. Discharged soldiers who return to civilian life discover the gap between the reality which they encountered in the Territories , and the silence which they encounter at home. In order to become a civilian again, soldiers are forced to ignore their past experiences. Breaking the Silence voices the experiences of those soldiers, in order to force Israeli society to address the reality which it created.”
Breaking the Silence is dus zeker geen anti-Israëlische groepering, maar veeleer een patriottische organisatie, een organisatie die van Israël een beter land wil maken. Het is een organisatie die Israël toegedaan is, maar dan op een wijze die 180° verschilt van die, waarop de eerder door mij genoemde apologeten dat doen, namelijk door de hand in eigen boezem te steken, door de tekorten in eigen huis aan de kaak te stellen, in plaats van die te verdoezelen en recht te praten, zoals de ‘Israëlverdedigers’. Met hun betogen schaden zij het land juist op de niet eens zo lange termijn. Bij hen hoeven de patriotten van Breaking the Silence dan ook niet op veel sympathie te rekenen, want er kunnen onaangename waarheden aan het licht komen, waarover maar beter gezwegen kan worden.
BtS is opgericht om een debat in de Israëlische maatschappij aan te zwengelen, een debat dat broodnodig werd en wordt geacht. De soldaten van BtS zijn de klokkenluiders van de eigen samenleving. Zij willen een ‘brede maatschappelijke discussie’, over wat 42 jaar bezetting betekent, over wat het beschermen van 800 kolonisten in het hart van Hebron betekent voor de 166.000 Palestijnse inwoners van die stad, over wat het betekent met inzet van grootschalig militair geweld de anderhalf miljoen bewoners van de Gazastrook te overvallen. Wat zijn de gevolgen, voor de Palestijnen, maar in de eerste plaats: voor het morele gehalte van de Israëlische samenleving zelf, voor de pretenties van de strijdkrachten het land te beschermen, voor de pretentie dat de Israeli Defence Forces ‘the most moral army in the world’ zijn, -een cliché, dat tijdens de verraderlijke aanval op Gaza nota bene nog weer door defensieminister Barak van stal is gehaald. Wat betekenen de oorlog tegen Libanon, de aanval op Gaza, de bezetting van de Westelijke Jordaanoever, voor de relatie tussen leger en bevolking, voor het leven van soldaten die orders uitvoerden, waar zij nadien van wakker liggen? Tussen twee haakjes: chefstaf Gabi Ashkenazi noemde eergisteren in een interview in Ha’aretz de IDF nog weer ‘vanuit ethisch standpunt beschouwd een licht onder de natiën’.
BtS is niet opgericht om een boodschap in het buitenland uit te dragen. De reservisten van Breaking the Silence waren en zijn namelijk beducht dat derden aan de haal gaan met hetgeen zij naar buiten brengen, en er een vorm van onversneden anti-Israëlische propaganda uit kloppen. Dat zou hun eigen positie in Israël ondermijnen; zij heten dan de vuile was buiten te hangen. Het zou van hen klokkenluiders maken, die ondergeschikt zijn aan de agenda van anderen, in het buitenland. Dan is het gauw gedaan met de geloofwaardigheid in eigen land. Dit illustreert de smalle marges waarbinnen BtS moet opereren, om als katalysator het debat in eigen land open te kunnen gooien.
Daarom ook heeft het anderhalf jaar geduurd, voordat een eerste activiteit van BtS werd gehouden buiten de grenzen van Israël. Het betrof een serie spreekbeurten voor joods gehoor in de Verenigde Staten. In oktober 2006 is in Nederland tentoonstelling te zien geweest van Breaking the Silence. Het ging om door soldaten tijdens de bezetting genomen foto’s, en om in beslag genomen voorwerpen, vooral autosleutels, van Palestijnen. De tentoonstelling was in april 2006 in Zwitserland. BtS was steeds in persoon aanwezig, om sturing te geven aan interpretaties en reacties van het publiek. Het deed dat vanuit de behoefte ‘anti-Israëlisch’ misbruik van het materiaal door derden tegen te gaan. Wie overigens die tentoonstelling destijds niet gezien heeft, kan 14 van die kleurenfoto’s bekijken in het net verschenen, hoogst interessante boek van Van Agt.
Het besef is evenwel bij BtS doorgedrongen dat ‘het buitenland’, Amerika, de Europese landen, een rol kan vervullen in het realiseren van de doelstellingen die BtS zich gesteld heeft in Israël. De reden is tweeledig. De eerste is dat het door BtS gewenste Doorbreken van de grote Stilte, het brede debat, in Israël zelf wel van de grond komt, maar in een traag tempo. Het kan een impuls gebruiken. De hoop van BtS is nu mede op het buitenland gesteld. Misschien is het mogelijk de Israëlische samenleving via een omweg wakker te schudden? Een hachelijk waagstuk, want zeker die samenleving reageert in collectieve afweer op kritiek. Er is bij kritiek zoiets als een joodse, en zeker zoiets als een Israëlische Pavlovreactie : de hele wereld is tegen ons. Het is dus voor anderen zaak om voorzichtig met het materiaal van BtS om te gaan, teneinde niet precies het tegenovergestelde te bereiken van wat beoogd wordt. Het zal nog een hele puzzel zijn, daar de juiste maatvoering te vinden.
Er is een tweede reden voor Bts om het buitenland op te zoeken. Geld, het veiligstellen van financiële bijdragen, ook die van overheden. Recent heeft de huidige nationalistische Israëlische regering openlijk de aanval ingezet op diverse kritische groeperingen in eigen land. Er zijn huisdoorzoekingen geweest, en computers zijn in beslag genomen, bijv. van de vrouwengroep ‘New Profile’. Een beproefde methode is daarnaast, om de financiering van kritische groepen af te knijpen. Aangezien BtS subsidie ontvangt van de regeringen van Engeland, Spanje en Nederland hebben die regeringen bezoek gehad van de Israëlische ambassadeurs. Het argument van die kant luidt: ‘Israël is mans genoeg om de eigen democratische boontjes te doppen, en wij accepteren niet dat groeperingen die het regeringsbeleid kritiseren en ondermijnen met geld uit het buitenland op de been worden gehouden. Geen land zou dat accepteren’. Het argument is onwaarachtig: in Israël nemen groepen maar al te graag grote sommen geld aan uit het buitenland, bijv. de kolonisten, wier bijdrage aan ‘het democratisch proces’ toch een stuk dubieuzer is dan die van BtS, om over hun bijdrage aan ‘het vredesproces’ maar te zwijgen. Op zich is dit een bemoedigend teken: kennelijk ervaart de huidige Israëlische regering organisaties als BtS toch als een luis in de pels, dat zij pogingen doet die de mond te snoeren. Spanje en Engeland hebben inmiddels besloten hun subsidies gewoon voort te zetten, voor Nederland is het beeld bij mijn weten minder helder. Het bezoek van Shaul kan ook dienen, om hier een lans te breken voor steun.
Na het vele over BtS een paar woorden nog over Yehuda Shaul persoonlijk, ook al is mij verzocht vooral over zijn organisatie en niet over hem te spreken. Er is, dunkt mij, grote behoefte onder de critici van het Israëlische beleid aan een legitimerend rolmodel. Shaul voldoet aan deze behoefte. Als religieuze jood neemt hij de humanitaire kant van de hem overgeleverde godsdienstige opvattingen serieus en probeert hij die in de praktijk vorm te geven. Als Israëli acht hij zijn land niet verheven boven recht en wet. Als soldaat durft hij de consequenties van zijn optreden onder ogen te zien en ‘im Frage’ te stellen. Als iemand met zijn antecedenten de kritiek niet schuwt, dan moet er wel iets ernstig mis zijn met zijn samenleving. Dat is ook zo, en daarvan zijn veel bewijzen aan te voeren. Het kan er makkelijk toe leiden dat anderen in zijn kielzog roepen: ‘zie je wel, ik heb het altijd wel gedacht, maar nu hoor je het van de mensen zelf.’
Ik ken het gevaar van die houding: als Shaul nu niet voldoet aan het beeld dat men zich van hem vormt, als hij niet bereid is, zonder voorbehoud uw radicaalste kritiek te onderschrijven, dan heeft hij snel afgedaan. Ik heb vaker geconstateerd dat Israëlische helden van hun voetstuk vallen als zij de lakmoesproef die het kritische publiek hen in zijn vragen bereidt, niet naar genoegen doorstaan.
Daarom roep ik u op, van Shaul niet de held te maken die u in hem wil zien, maar de held te zien die hij is, onder de omstandigheden waaronder hij en zijn medestanders de smalle marges benutten die hun samenleving hun toestaat. Het is aan u, aan ons, om die marges te helpen verbreden
Dank u wel voor uw aandacht, I give the floor to Yehuda Shaul.
Bron: EAJG
